Het was een drukte van belang bovenop de Vorotan-pas; erwerd fruit en ijs verkocht, er was een waterpunt met erg lekker bergwater, enhet uitzicht was adembenemend mooi.
Onze tocht vervolgd, eerst een flinke afdaling en laterkleine klimmetjes en afdalingen. Het was iets bewolkt, heerlijk frisseberglucht met flink wat wind. Het leek er wel voorjaar vanwege de bloemenprachtin de weilanden en het rook heelijk naar kruiden. We zagen veel roofvogelsvliegen waar Gert ongetwijfeld nog de namen van zal noemen.
We fietsen langs het Spendaryan reservoir, een heel grootmeer met een iddylisch bloemenland er langs. Bomen en strand, en geen mens tebekennen. Heel aantrekkelijk om te blijven, maar we wilden allebei fietsen, dushebben we er een tijdje rondgelopen; het pad was bezaaid met obsidiaan, waar ikheel hebberig van werd, maar ik heb me beheerst en 1 steen meegenomen. Het iseen vulkanische glasachtige zwarte steenmet een mooie zilverige diepe glans en we zagen hier ook een bruine variant. Dehele etappe was van een indrukwekkendeschoonheid, die eigenlijk met geen pen te beschrijven valt en ook niet goed tefotograferen.
De weg is goed onderhouden, het is niet erg druk ;wezagen een platgereden vosje liggen. Overal zien we bijenkasten en er wordthoning verkocht aan de weg.
We vonden zelfs een restaurantje langs de weg waar weforel uit het meer aten. Lekker klaargemaakt , gepocheerd, en buiten opgegetenonder een gammele parasol die steeds in de wind mijn ogen probeerde uit testeken met zijn losse balleinen. Dit restaurantje en de andere die ik zaghebben allemaal verschillende kamers waar je met je eigen gezelschap kunt eten.Een hardpratende vrouw uit een ander gezelschap kwam naast me zitten om evenhet naadje van de kous te vragen. Toenwe bij de fietsen terugkwamen zat er een kaartje van een ander fietsgezelschaponder de snelbinders; Tsjechen die van Georgie via Armenie weer terug naargeorgie fietsen. We zijn ze niet tegengekomen dus gingen ze waarschijnlijk deandere kant op richting Jerevan.
Gebaald omdat we het tweede meer met dorpje, waar wewilden kamperen, voorbijgefietst zijn, waarschijnlijk net een berg ertussen,zodat we het niet konden zien liggen ( er wordt niets aangegeven) zodat we erpas bij de afslag Sissian achterkwamen. Terug had ik weinig zin in, dus zijn wede weg naar Sissian ingeslagen , erg dalen, dat moet ik morgen allemaal weer klimmen! Een prachtige ruigeplek gevonden aan een wild stromende rivier, waar ik de tent met rotsblokkenvast moet zetten. Het koelt sterk af, er viel een onweersbuitje en het waaitstevig. Gert is weer even naar het plaatsje gefietst om wat boodschappen tedoen ; hij komt terug met een heerlijk wijntje. Ik kijk naar de bergwandtegenover me en verwacht ieder moment een beer.
x91S morgens in Sisian boodschappen gehaald en via eenandere weg weer terug naar de hoofdweg richting Goris. Twee km. ervoor ligt opeen bergtop een steencirkel en twee stenenrijen uit de bronstijd zo?n 5000 jaar vc.; Zorats Karer. In desteencirkel zijn graven gevonden en in de rijen rechtopgezette basaltstenenzijn gaten geboord. Er wordt gespeculeerd over de functie, sommigen zien er astronomisch meetmateriaal in. De schapenstaan op een kluitje bij elkaar tussen de oeroude stenen; ze lijken er staandete slapen, en alleen een lammetje tilt nieuwsgierig zijn kop op. Het geheel ligt prachtig in het wijdselandschap. Behalve een stijle klim in het begin buiten Sisian was deze weg goedte fietsen. Bij de hoofdweg kwam er weer een flinke klim die ik gedeeltelijkfietsend, gedeeltelijk lopend deed. Gert heeft mijn fiets ergens de berg opgefietst terwijl ik bij de zijne bleef tot hij terugkwam. Een herder van eenkudde koeien kwam me helpen , hij gaf mij zijn herdersstaf te dragen terwijlhij Gerts fiets de berg op ging duwen. Hij wees op de kaart aan in welk dorphij woonde en riep onderwijl af en toe iets naar zijn koeien op de berghelling.
We zochten een restaurantje wat op de kaart staat maarniks gevonden; het enige huis is vervallen en bewoond door een oude vrouw, dienaar buiten kwam om ons te bekijken. Met mijn boekje een en ander uitgewisseld en gevraagd of we ergens kondeneten. Pas 20 km verder. Ze liet er geen misverstand over bestaan dat ze nietblij was met mijn blote benen; daar moest iets overheen. Die van Gert vond zeblijkbaar prima zo, daar zei ze niks over, terwil ik tenminste nog een jurkover mijn fietsbroek droeg. Zelf droeg ze lange zware rokken en een mutsjewaarin ik naald en draad ontwaarde. Er stroomde water uit een slang waarmee weonze flessen vulden en iets verderop sloegen we ons kamp op op de berghelling,op 2000 m. hoogte, bij de Metz Ihskhanasar, een berg van 3500 m. hoogte waar wewat streepjes sneeuw op ontwaren, als lijntjes cocaine voor god. Ik ben weerbekaf maar, eenmaal van de fiets af geniet ik weer van het prachtige uitzichten heb weer energie om de tent op te zetten. Gert kookt een lekker maaltje, wetrekken warme kleren aan tegen de kou en zijn helemaal tevreden met het kijkennaar het cirkelen van de roofvogels en het onder gaan van de zon.
Na een slechte nacht met veel spierpijn, rugpijn enonrustige dromen had ik een baaldag. Ik had geen greintje energie en kwam geenberg op. Gert heeft me gedwongen om door te gaan door steeds mijn fiets weereen helling op te duwen, en ik had niet eens de energie om te besluiten een dagte rusten. Bovendien wilde ik ook graag eindelijk in Goris aankomen, de weg waslang en er stond geen huis geen dorp niks, harde wind tegen, en nergens eenriviertje of meertje. Ik voelde me alsof ik aan een strafkamp deelnam. Dacht;waar ben ik in godsnaam nu weer mee bezig, ik lijk wel gek!
Nou ja, uiteindelijk volgde een lange afdaling naarGoris, een stad met een mooie sfeer tussen de bergen in geklemd, met veellevendigheid en een plekje waar we kunnen overnachten in een bed, douchen en meer van dieluxigheden.
Je ziet de oude stad liggen in de bergen; uitgehaktepoorten en soms daaraan gebouwde stenen huizen, allang allemaal verlaten. Met een taxi ( lada) gaan we bergop naarTatev, via de duivelsbrug, een onwerkelijk mooie plek in de Vorotan-canyon. Inde diepte zie je de Vorotan stromen, en de rotsen reiken naar elkaar toe zodater een brug ontstaan is in het landschap. Er zijn twee mineraalhoudendenatuurlijke bassins waar je in kunt zwemmen ; het water voelt zijdezacht aan.De weg verder omhoog is erg slecht en Sergej, onze chauffeur, zegt steeds overzichzelf; super- sergej, of super-lada, over de capaciteiten van zijn auto. Bij Tatev ligt een wonderschoonkloostercomplex, gedeeltelijk ruine,waar we verbaasd doorheen lopen; een wirwar van gewelfde ruimtes rondom eenkerk uit de elfde eeuw. Er hing een bord waarop bleek dat vrouwen alleen metbedekt hoofd en schouders naar binnen mochten. Voor mannen golden diebeperkingen niet, maar die mochten weer niet dronken naar binnen, wat vrouwenklaarblijkelijk dan weer wel mochten. Een rijkdom aan steen-inscripties enbeeldhouwwerk aan en om de kerk. Een lange hoge katchhar waarvan gezegd wordtdat je eraan kon waarnemen dat er een aardbeving kwam, of dat er paardenhoevennaderden. De lange weg terug aanvaard, Sergej werd me iets te handtastelijk enzelfs zoenerig als we even stopten langs de weg, zodat ik hem serieus moestterugfluiten. Gert toch maar even gewaarschuwd,want die zou het nog niet merken alsik dood neerviel. Toen ik twee grote zwartwittevogels zag cirkelen heb ik niks tegen Gert gezegd, omdat dat zijn aandacht weerzou afleiden; Het zijn hoogstwaarschijnlijk aasgieren geweest.
Weer terug in Goris hebben we een taxirit geregeld terugover de Vorotan-pas naar de top van de Selim-pas, zodat we in de buurt van hetSevanmeer komen. Vanaf de pas gaan we weer fietsen. De fietsen worden dit keertoch op de auto gebonden, we zullen zien….
Op onze laatste dag in Goris wandelden we de berg op omde oude grotwoningen te bekijken; de laatste bewoners zijn er pas in dezestiger jaren uitgegaan. Nu zie je nog wel dat ze als opslag of stal gebruiktworden. We zagen in de stad iemand wol schoon slaan met stokken. Toen we ereven naar keken bood de vrouw ons koffie aan, en we zetten ons neer op haarbankje. Ze vertelde dat ze 3 zonen in het leger had, waarvan twee in Karabach.Ze moest huilen toen ze erover vertelde; er vallen met enige regelmaat nog welslachtoffers in de grensgebieden, juist onder militairen.x06In de namiddagbezochten we het museum van een bekende Armeense schrijver, Axel Bakounts (hiergeboren, nu is zijn huis museum). De museum direkteur leidde ons rond en gafonverstaanbare toelichting bij het foto materiaal en de oude meubels. Daarnanam hij ons mee naar zijn kantoortje om een borrel te drinken, en nog een, ennog een. Hij draaide prachtige muziek, die helaas niet op cd bestond, met eenmelodieuze herdersfluit. Toen ik vertelde van mijn liefde voor de Armeensemuziek liet hij een cd horen van de sopraan Lusine Zakarian dieook traditionelemuziek vertolkt, waaronder Komitas; echt prachtig. De museum direkteur raaktesteeds meer bewogen en vond dat we allemaal ??n waren, uit welk land danook afkomstig, wat wij natuurlijk beaamden en waar we samen op dronken.Hijhuilde toen hij van zijn overleden geliefde vertelde. Hij werkte al meer dan 40jaar in dit museum en was blijkbaar erg blij als er bezoek kwam.
We reisden verder vanaf de Selimpas ( fietsen op de taxiging prima) bergaf richting Martuni aan het Sevan meer.We fietsen er omheenrichting de zuidkant en de oostkant. We hebben alle soorten weer, eerst regenen onweer dan zonnig met flinke wind. Fietsen gaat hier heel redelijk en westaan iedere avond met de tent aan het meer; soms in een bos, soms op eenhooiveldje, dan weer op een strand. De natuur is prachtig met de oprijzendebergen aan een kant vol paarse bloemenvelden en het turkooise meer aan deandere.Nu we de noordkant naderen is er meer toerisme en drukte. Vandaag gafeen buurman op het strand ons kersen, vanmiddag stopte er een auto om onsgroente te geven. Onze laatste nacht aan het meer, bij Tsovagyugh sliepen we ophet strand van een gestript Sovjet-hotel, waar de vergane glorie vanaf droop.Er kwamen wel Armeense toeristen en we raakten in gesprek aan het kampvuur vaneen 26 jarige priester met zijn 19jarige vrouw( dat is in Armenie eengeaccepteerde levenswijze voor een priester; mogen de onze ook wel eens overwegen)die student was aan de kunstacademie in Jerevan. Er werd uitgewisseld overgeloof en er werden Armeensevolksliedjes gezongen, ook door mij.
Vanaf de noordkant van het meer fietsen we de Sevan-pasop, een stevige maar haalbare klim die weer indrukwekkende landschappen laatzien. Daarna een enorme afdaling die veel concentratie vroeg omdat we na de pasweer samenkwamen met het snelverkeer dat door de tunnel kwam. Zo kwamen we inDilijan, een langgerekte plaats in het dal van een bosrijk natuurgebied , bijhet gasthuis van Nina,Anna en Hazar, waar de eerste dag veel rugzaktoeristenzijn die de was moeten doen en zich klaarmaken voor de vervolgtocht; Zwitsers,Tsjechen.x06Onze gastheer blijkt zelf voor taxichauffeur te willen spelen enbrengt ons naar een hoog bergmeertje(wat schrikbarend toeristisch bleek),vanwaaruit we een wandeltocht door de eiken- en beukenbossen maken, dwars doorde bergen tussen de bloemenpracht door glibberend op modderige paden naar het Ghoshavank-klooster uit de elfde eeuw. We verloren ergens de weg enmoesten op aanwijzingen van boeren die daar het hooi binnenhaalden steil naarbeneden klimmen naar het klooster dat we in de diepte zagen liggen. Het heeftlang als bibliotheek en school gefunctioneerd maar in de 14de eeuw werd het platgebranden veel herstelling is pas van de 17de eeuw. We werden weer opgehaald door dezwager van Nina. In deavond aten we barbecue, ofwel Koravats met de uitgebreide familie van Nina. Netals bij ons bereiden de mannen het vlees, de vrouwen doen de rest. We bezochtenin de omgeving ook het klooster van Hagadzin, vanwaaruit een pad door de bergenterug naar Dilijan gaat. Het staat als vrij zwaar aangeschreven, 3,5 uur lopen.Maar dat was een understatement; het pad was totaal overwoekerd door berenklauwen brandnetels en wel zo dicht dat er nauwelijks doorkomen aan was. Met zijnmes sneed Gert ons een weg door de jungle, we brandden van de brandnetels, hetwas net Indiana Jones ; ik had visioenen dat we maanden later overwoekerd doorkleefkruid en opgegeten door de gieren gevonden zouden worden. Maar na urenkwam er toch weer een pad in beeld en dalen we af. Bij een militairoefenterrein waar we een stukje overheenmoesten was een enorme explosie van een granaat of zoiets, waardoor ik mijnleven in een flits aan me voorbij zag trekken; ik had niet het idee dat ik nogbelangrijke dingen moest doen, sterven was prima maar dan liever wel in eenklap. Het bleef rustig tot we er weer voorbij waren en toen hoorden we weer zo?nexplosie. Erg spannende tochtjes voor toeristen verzinnen ze hier. Terug in Dilijan na 6 uur zaten onzegastvrouwen en heer al ongerust op ons te wachten. De verlichtings-gel die ikvan Anton meekreeg heeft hier wonderen verricht voor de brandende armen enbenen. Bij de buren van ons gasthuis werd met veel hulp honing bereid waar degasten uitgebreid bij uitgenodigd werden en getrakteerd op honing uit de raat.We aten met een jonge nederlander Frederik die op wereldreis was en twee francaises; morgen gaan we naarJerevan terug.
Hartelijkegroet van
Â
Josemieke